top of page

De volgende stap naar taakdelegatie



De Werkwijzer Casemanagement in Taakdelegatie

Op 13 april was ik op het jaarcongres van het Register Specialistisch Casemanagement omdat daar de Werkwijzer Casemanagement in Taakdelegatie (WCMTD) werd gepresenteerd. Na een stroom van rapportages was het tijd om een ander perspectief aan taakdelegatie toe te voegen. Ik zal je uitleggen waarom.


Bij taakdelegatie zijn altijd twee partijen betrokken; de bedrijfsarts die een deel van zijn taken delegeert en de gedelegeerde die deze taken uitvoert. Alle richtlijnen, werkwijzers en rapportages over taakdelegatie zijn tot nu toe vanuit het perspectief van de bedrijfsarts geschreven. Dat is op zich logisch; alleen de bedrijfsarts kan en mag zijn eigen taken delegeren. Helaas is daardoor de rol van de gedelegeerde wat onderbelicht gebleven. De nieuwe werkwijzer van de RSC kantelt het perspectief; het is vanuit de gedelegeerde geschreven. Voor mij voelt dit als een volgende stap in de professionalisering van taakdelegatie. De publicatie van de WCMTD is een mooie gelegenheid om even terug en vooruit te kijken.



2004: de NVAB publiceert zijn eerste visie op taakdelegatie

Taakdelegatie heeft zich de afgelopen jaren tot een super actueel thema ontwikkeld, maar is zeker geen nieuw fenomeen. In 2004 publiceerde de NVAB haar eerste visie op de toepassing van taakdelegatie bij sociaal medische begeleiding. Theorie volgde hierbij de praktijk. De NVAB formuleerde voor het eerst een kader, maar het delegeren van taken gebeurde ook voor 2004 al.

In de jaren na 2004 werd taakdelegatie meer toegepast, maar was het zeker niet de standaard. Het was een ontwikkeling op de arbeidsmarkt die de aandacht voor taakdelegatie uiteindelijk liet exploderen.


2010 tot nu: het tekort aan bedrijfsartsen

Het Capaciteitsorgaan geeft de overheid advies over de instroom in medisch specialistische opleidingen. In de periode van 2000 tot 2010 was de bedrijfsgeneeskunde en arbodienstverlening sterk in beweging door een aantal beleidsmatige ontwikkelingen. Na 2003 was de situatie zo instabiel dat er geen adviezen over de instroom in de specialistische opleiding tot bedrijfsarts meer werden gegeven. Arbodiensten investeerden ook steeds minder in het opleiden van bedrijfsartsen. In het Capaciteitsplan van 2010 werd voor het eerst geconstateerd dat er een tekort aan bedrijfsartsen dreigde te ontstaan. In het Capaciteitsplan van 2013 werd het verwachte tekort voor het eerst duidelijk aan de vergrijzing van de beroepsgroep verbonden en werd er weer een instroomadvies gegeven.

Hoe dramatisch het verwachte tekort was werd pas duidelijk in het Capaciteitsplan van 2016. “Door de verwachte grote uitstroom vanwege pensionering en andere vertrekredenen, en de jaarlijkse instroom van niet meer dan gemiddeld 13 personen in de laatste 5 jaar, zal het huidige aantal werkzame bedrijfsartsen bij ongewijzigd beleid teruglopen van meer dan 1.800 in 2016 tot minder dan 600 in 2036. In 2028 zal het aantal bedrijfsartsen gehalveerd zijn.”


2017 t/m 2020: verdere professionalisering van taakdelegatie

De instroomadviezen van het Capaciteitsorgaan werden ook in de jaren na 2013 niet behaald. Het tekort begon nu echt voelbaar te worden. Hierdoor ontstond er een tweesporenbeleid: stimuleren van meer instroom in de opleiding en het verder onderzoeken en uitwerken van taakdelegatie. Vanaf 2017 verscheen er een reeks van adviezen en rapporten om het tweede punt te ondersteunen.

Een aantal van die documenten werd in opdracht van het Ministerie SZW geschreven. Allereerst verscheen in januari 2017 het rapport ‘Aanpak dreigend tekort Bedrijfsartsen’; taakdelegatie werd daarin als belangrijke oplossing beschreven. In november 2017 volgde het NIVEL-rapport ‘Kansen van taakdelegatie en taakherschikking in de bedrijfs-gezondheidszorg’. Conclusie van dit rapport was dat taakdelegatie nog veel kansen bood om de druk op de arbodienstverlening te verlagen. Pas als dat onvoldoende opleverde zou taakherschikking in beeld komen, omdat daar wetswijzigingen voor nodig zijn. Om de toepassing van taakdelegatie te ondersteunen verscheen in 2019 tot slot de ‘Werkwijzer Taakdelegatie, handreiking voor de toepassing van taakdelegatie door de bedrijfsarts in de praktijk van de arbeidsgerelateerde zorg’.

Als stakeholder werkte de NVAB actief mee aan al deze documenten. Zelf nam de NVAB het initiatief om het kader voor taakdelegatie verder uit te werken. In 2018 werd de eigen visie uit 2004 opgevolgd door het ‘Standpunt delegatie van taken door de bedrijfsarts’. Deze werd in 2020 alweer vervangen door het ‘Standpunt delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie’. In het laatste standpunt werd niet alleen een kader toegevoegd voor supervisie aan andere artsen, maar werd de toepassing van taakdelegatie ook nog eens uitgebreid van verzuim naar preventie.


De bedrijfsarts staat centraal

In alle stukken over taakdelegatie staat de bedrijfsarts centraal. Zoals ik al eerder aan gaf is dat logisch; het gaat immers om het delegeren van taken die voorbehouden zijn aan de bedrijfsarts en deze moet daar persoonlijk opdracht toe geven. Bij het delegeren behoudt de bedrijfsarts echter de eindverantwoordelijkheid. Worden de voorwaarden voor taakdelegatie onvoldoende geborgd en gaat het mis, dan kan de bedrijfsarts daar tuchtrechtelijk op worden aangesproken. Je zult begrijpen dat dit een teer punt is.

Taakdelegatie heeft zich geprofessionaliseerd en wordt inmiddels breed omarmt. Ik moet daar wel aan toevoegen dat het enthousiasme hoger ligt bij het management van arbodiensten, dan bij de bedrijfsartsen zelf. Meer toepassing betekent ook meer vraag naar taakgedelegeerden en dat brengt ons bij de volgende punt: aan wie gaat de bedrijfsarts taken delegeren?

Tot 2018 werd de aard van de taken die een bedrijfsarts kan delegeren deels bepaald door de opleiding en registratie van de taakgedelegeerde. Toen ik in 2002 zelf met verzuimbegeleiding startte kwam ik bij arbodiensten nog veel arboverpleegkundigen tegen. In de jaren daarna werden deze bij veel arbodiensten weg bezuinigd. Soort opleiding en registratie werden na 2018 vervangen door de meer algemene term 'bekwaamheid'. Het in de praktijk toetsen van die bekwaamheid ligt bij de bedrijfsarts. In het NIVEL-rapport uit 2017 zijn stukjes uit interviews met bedrijfsartsen opgenomen. Daarin kun je lezen dat bedrijfsartsen het toetsen van die bekwaamheid best lastig vinden. Ze hebben te maken met professionals met veel verschillende opleidingsachtergronden en functienamen en weten vaak niet wat deze mensen kunnen.


2022: het perspectief vanuit de casemanager in taakdelegatie

Terug naar de presentatie van de Werkwijzer Casemanagement in Taakdelegatie. Gezien de toename in de vraag naar taakgedelegeerden is het logisch dat hierbij ook naar casemanagers wordt gekeken. In praktijk kom ik ook al veel casemanagers tegen die in taakdelegatie werken. Veel bedrijfsartsen vinden dat nog steeds ongemakkelijk. Zij zien de casemanagers niet als een natuurlijke partner en bekijken deze beroepsgroep met argwaan. Dit wordt gevoed door ‘proces casemanagers’ die soms druk uitoefenen op het oordeel van de bedrijfsarts. Dat schuurt met de professionele standaard van de bedrijfsarts en zijn onafhankelijke rol.

Om op bredere schaal met casemanagers in taakdelegatie te gaan werken moet er dus iets worden overbrugd. Dat is dan ook precies wat de RSC met de publicatie van de Werkwijzer Casemanagement in Taakdelegatie voor ogen had.

De RSC heeft de algemene Werkwijzer Taakdelegatie als uitgangspunt genomen en gespiegeld naar het perspectief van de casemanager. De casemanager wordt medeverantwoordelijk gemaakt voor het borgen van de kernvoorwaarden voor taakdelegatie. In de woorden van de RSC: “Deze Werkwijzer Casemanagement in Taakdelegatie (WCMTD) richt zich in de eerste plaats op de casemanager die in taakdelegatie werkt of wil werken. De achterliggende gedachte is dat het noodzakelijk en van grote waarde is dat deze professional zélf mee bewaakt dat de taakdelegatie in lijn met de wettelijke kernvoorwaarden plaatsvindt.”


Bij vergaande samenwerking onder taakdelegatie hoort een strak kader. Een bedrijfsarts kan als eindverantwoordelijke de tuchtrechtelijke klappen krijgen; het is dan ook essentieel dat zoveel mogelijk te voorkomen. De RSC heeft er daarom voor gekozen de regels met betrekking tot taakdelegatie zelfs strenger te interpreteren. Omdat een casemanager geen medische kennis heeft, wordt de uitvoering van aantal specifieke taken uitgesloten. Niet zo heel spannend en eigenlijk ook heel erg logisch.

Taakdelegatie is voor een groot deel gebaseerd op 2 artikelen van de Wet BIG. In artikel 35 van de Wet BIG wordt beschreven onder welke voorwaarden gedelegeerde taken mogen worden uitgevoerd. Kort samengevat moet er sprake zijn van een opdracht, moet de gedelegeerde over de bekwaamheden beschikken die nodig zijn voor de uitvoering en moet er volgens aanwijzing worden gehandeld. Casemanagers vallen zelf niet onder de Wet BIG; door deze voorwaarden in de WCMTD over te nemen worden deze alsnog benadrukt en verankerd. Casemanagers kunnen hier tuchtrechtelijk niet op worden aangesproken, maar wel door het beëindigen van de opdracht door de bedrijfsarts en in uiterste gevallen ook in een privaatrechtelijke procedure.


Vertrouwen is niet voldoende

Taakdelegatie start met vertrouwen. Een bedrijfsarts zal alleen opdracht geven om een aantal van zijn taken uit te voeren als hij voldoende vertrouwen heeft dat dit goed zal gebeuren. Het vertrouwen op zich is echter niet voldoende. Zoals ik al eerder aan gaf vragen de voorwaarden voor taakdelegatie om heldere en strakke regels. Het controleren of nog steeds aan de voorwaarden wordt voldaan is een cyclisch proces en dat wordt in de WCMTD benadrukt. Als je naar uitspraken in het tuchtrecht kijkt, dan is dat geen formaliteit. Tot nu toe heb ik geen uitspraken kunnen vinden die betrekking hebben op bedrijfsartsen die met casemanagers in taakdelegatie werken. Deze zijn er wel over taakdelegatie naar arboverpleegkundigen en de supervisie naar artsen wel of niet in opleiding tot bedrijfsarts (AIOS of ANIOS). Omdat deze groep wel een BIG-registratie heeft zijn bedrijfsartsen geneigd minder op de voorwaarden te letten en dat kan tot onwenselijke en onzorgvuldige situaties leiden. In deze tijd klinkt ‘vertrouwen is goed, maar controle is beter’ misschien wat ouderwets, maar het handelen van een gedelegeerde raakt ook de bedrijfsarts en de werknemer. Ik ben er dan ook van overtuigd dat strakke toepassing van regels tuchtzaken kan voorkomen.

De Werkwijzer Casemanagement in Taakdelegatie vormt samen met het bijbehorende ‘Standpunt Casemanagement in Taakdelegatie’, de ‘Beroepscode Casemanagement in Taakdelegatie’ en het ‘Kader Aantonen Bekwaamheid voor Taakdelegatie’ een strak kader voor de toepassing van taakdelegatie. Het is een volgende stap in de professionalisering van taakdelegatie en ik hoop dat dit er toe bij zal dragen dat meer bedrijfsartsen het aan zullen durven om met casemanagers in taakdelegatie te gaan werken. Het initiatief is niet onopgemerkt gebleven. Op het jaarcongres van de RSC werd verteld dat er belangstelling is voor deze werkwijzer vanuit een aantal andere beroepsgroepen. Zij willen naar een eigen versie gaan kijken. Wat mij betreft is dat een mooie ontwikkeling. De focus lijkt daardoor te verschuiven van een noodmaatregel om het tekort van bedrijfsartsen op te vangen, naar een model om binnen één kader beter samen te gaan werken. Binnen het sociaal-medische team dat op deze manier wordt neergezet kan bedrijfsgezondheidszorg worden geboden die zowel laagdrempelig als zorgvuldig is.


Ben je nieuwsgierig naar de WCMTD en de aanvullende documenten geworden, dan kun je deze op de site van de RSC vinden.

Vanuit TriageExpert en Otherside at Work kijken we uiteraard hoe we taakdelegatie verder kunnen ondersteunen.

Recente blogposts

Alles weergeven

コメント


bottom of page