Draai die kraan nou eindelijk eens dicht!



Aandacht voor preventie

Sinds ik in 2002 de verzuimbegeleiding in rolde heb ik met enige regelmaat de volgende uitspraak gehoord: “het heeft weinig zin te dweilen, als de kraan open blijft staan”. Hierbij wordt naar preventie en het aanpakken van de oorzaak van het verzuim verwezen. Alhoewel een dergelijke uitspraak heel logisch klinkt, blijkt het in praktijk toch vrij lastig om hier invulling aan te geven.

De afgelopen tien jaar is de aandacht voor preventie toegenomen. Vanuit de politiek en vakbewegingen wordt al jaren opgeroepen om meer aandacht aan preventie te besteden.

De SER vat het belang van preventie kernachtig samen in het advies Betere zorg voor werkenden; een visie op de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg uit 2014: “Preventie en werken aan duurzame inzetbaarheid vormen wezenlijke elementen van arbeidsgerelateerde zorg. Een toekomstgericht stelsel van arbeidsgerelateerde zorg is dan ook veel meer dan thans het geval is, gericht op het voorkomen van gezondheidsproblemen (waaronder beroepsziekten), verzuim en uitval. Niet alleen zijn individuele werknemers en werkgevers hierbij gebaat, maar ook kunnen op deze manier hoge maatschappelijke kosten worden vermeden.”

Ook de NVAB benadrukt de noodzaak de begeleiding door bedrijfsartsen meer naar preventie en duurzame inzetbaarheid te laten verschuiven. Gezien het tekort aan bedrijfsartsen blijft het helaas een gevecht om (consult)tijd; deze wordt nog steeds opgeslokt door verzuimbegeleiding. In het KNMG-visiedocument ‘Zorg die werkt’ uit 2016 staat het volgende: “Bedrijfsartsen komen onvoldoende toe aan de collectieve vormen van preventie: verreweg de meeste tijd – zo’n 75 tot 80% – besteden ze aan individuele verzuimbegeleiding. De contracten tussen de werkgevers en bedrijfsartsen of arbodiensten bieden vaak onvoldoende ruimte voor de collectieve aanpak van arbeidsrisico’s.”

In een brief over wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet voegt de NVAB daar (ook in 2016) het volgende aan toe: “De NVAB constateert dat werkgevers – mogelijk onder invloed van een sterke financiële prikkel – veel en met succes aandacht besteden aan verzuimbegeleiding. Mogelijk is ook het ontbreken van financiële prikkels in combinatie met de vaak wat langere financiële terugverdientermijn de reden dat er weinig wordt geïnvesteerd in preventie, die wel nodig is om een beroepsbevolking met meer chronisch zieken en een hogere pensioenleeftijd gezond en inzetbaar te houden.”


Nog steeds actueel?

Door een aantal wijzigingen in de Arbowet die in 2017 zijn ingegaan is preventie iets beter verankerd. In het verplichte basiscontract moeten afspraken over preventie worden gemaakt, het arbeidsomstandigheden spreekuur moet verplicht weer worden aangeboden, de bedrijfsarts moet elke werkplek kunnen bezoeken en de bedrijfsarts adviseert de werkgever over het toepassen van preventieve maatregelen voor gezond en veilig werken. Toch heb ik niet de illusie dat in 2021 structureel meer aandacht aan preventie wordt besteed. Dit wordt bevestigd door de recente uitspraak van bijzonder hoogleraar Frederieke Schaafsma: “Mijn oratie en onderzoekswerk richten zich veelal op preventie, ik hoop bedrijfsartsen te kunnen uitnodigen om daar meer tijd en aandacht aan te besteden.


Dat is moeilijk, zegt ze, omdat bedrijfsartsen over het algemeen weinig tijd overhouden hiervoor, doordat zij veel tijd kwijt zijn aan verzuimbegeleiding. Dit kom door de marktwerking in de arbozorg. Werkgevers, de betalende partij, willen vooral verzuim hebben opgelost. ‘Maar in mijn optiek is dat dweilen met de kraan open. Het is belangrijk om naast goede verzuimbegeleiding, bij te dragen aan het voorkomen dat mensen uitvallen door werk,’ zegt ze. ‘Voor ongeveer een kwart van de mensen die uitvallen is werk de reden. Daar kunnen we als bedrijfsartsen iets bijdragen, voor de langere termijn.”


Stappen vooruit

Preventie blijft een speerpunt voor de NVAB; de afgelopen twee jaar zijn er stappen gezet om nadere invulling te geven aan de centrale rol van de bedrijfsarts hierbij.


In 2021 publiceerde de NVAB de Preventiecyclus: “Preventieve acties inzetten op basis van informatie die de bedrijfsarts in de spreekkamer verkrijgt. Dat is waar de preventiecyclus om draait. Met deze praktische tool wil de NVAB Werkgroep Preventie bijdragen aan succesvolle invulling van de wettelijke preventietaak van de bedrijfsarts. De preventiecyclus stelt bedrijfsartsen in staat om informatie uit verzuim- en preventieve spreekuren soepel en snel te vertalen naar preventief advies aan werkgever en werknemer.”

De Preventiecyclus kan bedrijfsartsen helpen om de informatie uit individuele consulten te analyseren en uiteindelijk om te zetten naar breder preventief advies. Een mooie methodiek om meer uit beschikbare informatie te halen. Er zijn echter twee nadelen. Allereerst krijg je op deze manier maar een deel van de informatie die je als bedrijfsarts nodig hebt voor preventief advies. Je bent immers afhankelijk van de informatie die je tijdens consulten krijgt en mist dus een grote groep werknemers. Het tweede nadeel is opnieuw tijd. Onder druk van de markt is de tijd die bedrijfsartsen voor een consult en de administratieve afhandeling krijgen over het algemeen krap. De Preventiecyclus is een extra handeling die als je het goed wilt doen ook weer tijd kost.


Voor een tweede stap gaan we iets verder terug in de tijd. In 2020 is aan het ‘Standpunt delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie’ een paragraaf toegevoegd over het delegeren van taken die betrekking hebben op preventie. In het standpunt worden voorbeelden genoemd van taken die kunnen worden gedelegeerd. Gedelegeerden kunnen rol spelen bij de uitvoering van preventieve onderzoeken. Net als bij verzuimbegeleiding kunnen gedelegeerden informatie verzamelen en in die zin adviezen voorbereiden. De interpretatie en het advies dat daaruit voort vloeit blijft de eindverantwoordelijkheid van de bedrijfsarts.



Efficiënt meer informatie verzamelen

In het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde verscheen in november een artikel met de titel ‘Vragenlijst versus fysiek consult bij arbeidsarts’. In dit Belgische onderzoek (vandaar de naam arbeidsarts) werd een vergelijking gemaakt tussen de informatie die in consulten of door middel van vragenlijsten werd verzameld. Aan werknemers werd gevraagd of ze de intentie hadden problemen in een consult of via een vragenlijst te delen. Voorlopige conclusie is dat er eigenlijk geen grote verschillen tussen deze twee methodes zitten. Er is zelfs een iets grotere bereidheid om fysieke en mentale klachten via een vragenlijst te delen. Bij gebruik van medicatie is er iets grotere bereidheid om deze informatie in een consult te delen.

Het zou mooi zijn als een dergelijk onderzoek ook in Nederland zou worden uitgevoerd. Leuk onderwerp voor een AIOS Bedrijfsgeneeskunde lijkt mij! Ik verwacht zelf geen grote verschillen. Dit onderzoek laat wat mij betreft zien dat vragenlijst kunnen worden gebruikt om informatie te verzamelen bij een veel bredere groep werknemers, zonder dat dit kwalitatief mindere informatie oplevert.


Naar en bredere inzet van vragenlijsten en triages voor preventie

De inzet van triages en vragenlijsten kan bijdragen aan een efficiënte en laagdrempelige aanpak van preventie. Belangrijk aandachtpunt is daarbij de privacy. Met triages of vragenlijsten worden vaak bijzondere persoonsgegevens (in dit geval gezondheidsgegevens) verzameld en verwerkt. Aan die verwerking zijn strenge voorwaarden verbonden. Het is dan ook logisch dat arbodiensten en bedrijfsartsen een centrale rol spelen bij het verzamelen en verder verwerken van deze informatie.

Vanuit Otherside at Work en TriageExpert willen we samen met klanten gaan onderzoeken hoe vragenlijsten en triages in kunnen worden gezet om meer en betere preventieve adviezen te kunnen geven. Enkele voorbeelden waar wij nu zelf aan zitten te denken:

  • Meer maatwerk in volledige of juist specifieke PMO’s;

  • Uitvraag door middel van vragenlijsten van de oorzaak van kort verzuim; deze groep van werknemers blijft doorgaans buiten beeld van de arbodienst/bedrijfsarts omdat ze voor een consult hersteld zijn;

  • Een triage als voorportaal als een werknemer een arbeidsomstandighedenspreekuur aanvraagt; dit niet als drempel, maar om de urgentie en vorm van een consult te kunnen bepalen;

  • Laagdrempelige vragenlijsten die werknemers kunnen gebruiken om te kijken wat ze zelf preventief zouden kunnen doen, eventueel gekoppeld aan een providerboog of e-healthmodules.

Natuurlijk zijn er veel meer mogelijkheden. Wij worden hier zelf heel enthousiast van. De resultaten van deze gezamenlijke verkenningen zullen we uiteraard via blogs en artikelen gaan delen.


Uiteraard zijn we heel benieuwd wat je als lezer hier van vindt; plaats je reactie onder deze blog of deel hem via LinkedIn.

22 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Droevig